‘Beau’jolais

Afgelopen dagen de ‘Bien Boire en Beaujolais’ bezocht. 200 wijnhuizen uit de Beaujolais presenteerde daar hun wijnen op drie verschillende kastelen. Beaujolais wordt in mijn ogen nog sterk ondergewaardeerd en dat is jammer en ook onterecht. Veel consumenten kennen de wijn vooral van de ‘primeur’ in november. Niet zo heel gek want jaren lang werd de ‘primeur’ enorm gepromoot. Mensen zette de eerste dag van verkoop zelfs in hun agenda. Nu, jaren later weten we dat er heel veel wijn lekkerder is dan de ‘primeur’, onze smaak is ook doorontwikkeld en lopen we niet meer warm voor deze wijn. Mede daardoor of beter gezegd vooral daardoor heeft de Beaujolais een reputatie waar aan gewerkt moet worden.

Beaujolais rood wordt gemaakt van de Gamay druif, de witte van Chardonnay. Hoewel het gebied redelijk zuidelijk ligt, vlakbij de Rhone heeft het duidelijk meer last van weersinvloeden. Ook nu had de streek te maken met een late nachtvorst en dat doet de planten geen goed. Zomers heeft de Beaujolais steeds vaker te maken met hogere temperaturen en ook nog eens over een langere periode, iets wat de Gamay druif niet altijd plezierig vind. Sommige producenten kiezen daarom steeds vaker om Shiraz aan te planten. Omdat Beaujolais rood altijd Gamay moet zijn moeten deze producenten op het etiket ‘VdP des Comtes Rhodaniens’ vermelden.
De hele Beaujolaisstreek heeft recht op de AOC benamingen beaujolais of beaujolais supérieur (hoger alcoholgehalte dan beaujolais). De AOC Beaujolais-Villages is voorbehouden aan 39 gemeenten in het noordelijk deel van de Beaujolais. Daarbinnen mogen 10 gemeenten hun naam aan hun wijn geven. Dit zijn de 10 crus van de beaujolais. Deze zijn van noord naar zuid: Saint Amour, Juliénas, Chénas, Moulin-à-Vent, Fleurie, Chiroubles, Morgon, Regnié, Brouilly en Côtes de Brouilly.
De ‘Bien Boire en Beaujolais’ is zoals gezegd een beurs verspreid over drie kastelen allen gelegen in en rond Saint Lager en Fleurie. Op één kasteel presenteren de biologische wijnhuizen zich, op de ander de wijnmakers die natuurwijn produceren en op de derde de ‘chique’ bekendere Beaujolais wijnhuizen. Sommige kastelen gaan een beetje vreemd met een aantal wijnhuizen uit de Bourgogne en de Rhone. Op zich niet heel vreemd wat beide gebieden liggen op nog geen uur rijden. Grappig te zien is dat de ‘natuurwijnhuizen’ veel hipster producenten kennen en deze beurs ook vooral bezocht wordt door hipsters en je de bezoekers van de chiquere bekende Beaujolais wijnhuizen daar helemaal niet ziet.
(vaten van De Briante)
Ik zelf logeerde bij De Briante, een wijnhuis wat pas sinds 2011 bestaat. De eigenaresse is een dertiger die het hele chateau liet renoveren en voor haar wijnen de nieuwste technieken gebruikt. Geld speelt geen enkele rol van betekenis, alles kan. Als de wijn in de vaten te warm of te koud raakt krijgt ze een app binnen op haar telefoon en vervolgens past ze de temperatuur via dezelfde app aan. Ook als het suikergehalte of alcoholpercentage een verandering ondergaat ontvangt ze een app. In een volgende blog zal ik iets meer schrijven over De Briante.
Op de beurs ontmoeten we ook de vierde generatie wijnmaker van Domaine Gaget. Hij nodigt ons uit de volgende ochtend voor een rondleiding op zijn Domaine en we zien meteen het grote verschil met De Briante. Waar De Briante 1 jaar oude vaten uit de Bourgogne gebruikt, voorzien van logo zit de wijn bij Gaget in 40 jaar oude grote biervaten van het merk Kronenbourg. Ze hebben in de jaren tachtig toen ze de vaten kochten ze helemaal geschuurd om te voorkomen dat de wijn naar bier zou gaan smaken. Vanzelfsprekend geven de vaten inmiddels nauwelijks nog houttonen meer aan de wijn maar grappig is wel dat de wijn uit alle drie de vaten anders smaakt ondanks dat het dezelfde druiven zijn, van hetzelfde jaar. Om die reden worden de drie vaten voor de botteling samengevoegd zodat er één en dezelfde wijn in de fles terecht komt. De wijnen deden overigens niet onder voor De Briante.
Links de biervaten van Domaine Gaget.